Aseksualiteit in een relatie: verschillende behoeften respectvol bespreken
Een relatie waarin één of beide partners aseksueel zijn, heeft geen vast draaiboek. Aseksualiteit gaat over weinig of geen seksuele aantrekking. Wat jullie fijn vinden aan samenzijn, aanraking of seks bespreek je afzonderlijk, zonder dat een van beiden iets hoeft te bewijzen.
Vraag naar je partner, niet naar een algemeen beeld
Verliefdheid en seksuele aantrekking zijn niet hetzelfde. De Nederlandse Organisatie Aseksualiteit legt uit dat ervaringen met relaties en seks uiteenlopen. Uit het woord aseksueel alleen kun je dus niet opmaken welke nabijheid je partner prettig vindt.
„Vind je knuffelen fijn als het daarbij blijft?” is bijvoorbeeld concreter dan „Wil je wel intimiteit?” Met dat laatste kunnen jullie ieder iets anders bedoelen. Vraag ook of dit een goed moment is om erover te praten.
Een afspraak die niet steeds een volgende stap vraagt
Een verzonnen voorbeeld: Sam vindt samen op de bank liggen prettig, maar merkt dat het vaak een aanloop naar seks wordt. Daardoor gaat Sam ook die avonden vermijden. Partner Noor mist de nabijheid en denkt dat Sam liever alleen is.
Hun gesprek kan beginnen bij het misverstand: „Ik wil graag dicht bij je zijn, maar niet steeds hoeven beslissen over iets wat daarna komt.” Ze kunnen afspreken dat zo’n avond gewoon bij samen zitten blijft. Dat is geen belofte dat Sam later wel seks wil, en Noor hoeft niet te doen alsof de eigen wensen daarmee verdwijnen.
Het doel van dit voorbeeld is een concrete afspraak zichtbaar maken, geen uitkomst voor ieder stel beloven. Ook knuffelen of zoenen is alleen een optie als beiden dat willen.
Zo begin je een gesprek over verschillende behoeften
Kies een moment waarop jullie rustig kunnen praten en niemand meteen een antwoord hoeft te geven. Begin met een open vraag, bijvoorbeeld:
- “Wat betekent aseksualiteit voor jou persoonlijk?”
- “Welke vormen van intimiteit vind je fijn, en welke liever niet?”
- “Zijn er woorden of vragen die je prettig vindt, of juist niet?”
Vertel ook over je eigen ervaring, zonder die als eis te formuleren: “Lichamelijke intimiteit is belangrijk voor mij. Wil je samen bespreken wat voor ons allebei prettig voelt?” Het kan helpen om te verduidelijken wat jullie bedoelen met woorden als seks, nabijheid of intimiteit. De ene persoon kan daar iets anders onder verstaan dan de andere.
Afspraken die bij jullie passen
Bespreek afzonderlijk wat ieder graag zou willen, wat niet gewenst is en waar nog twijfel over bestaat. Intimiteit kan voor de ene persoon knuffelen of zoenen betekenen en voor de andere persoon ook seksuele aanraking. Geen van die vormen is vanzelfsprekend gewenst: stem steeds met elkaar af.
Maak een afspraak concreet als dat helpt. Jullie kunnen bijvoorbeeld bespreken hoe iemand aangeeft dat iets welkom is, hoe diegene een pauze neemt of hoe jullie laten weten dat iets niet meer prettig voelt. Een afspraak mag later worden aangepast. Je hoeft niet vooraf iets te beloven om je partner gerust te stellen. Rutgers beschrijft consent als afstemmen op wat alle betrokkenen willen en tussendoor nagaan of het nog goed voelt. Lees meer over wensen, grenzen en consent bij Rutgers.
Als jullie wensen moeilijk samengaan, kan dat verdrietig of ingewikkeld zijn. Dat maakt iemands oriëntatie of behoeften niet verkeerd. Druk uitoefenen of een grens negeren is geen oplossing. Geef elkaar ruimte om na te denken en bespreek eerlijk wat voor ieder wel en niet werkt.
Als er geen afspraak is die voor allebei past
Je mag eerlijk zeggen dat je iets mist. „Ik mis seksuele nabijheid” geeft informatie over jouw ervaring. „Als je van me houdt, doe je dit voor me” maakt liefde tot drukmiddel. Een behoefte bespreken geeft geen recht op instemming.
Jullie hoeven ook niet automatisch een open relatie te proberen of een verdeling van seksuele momenten af te spreken. Zo’n keuze vraagt eigen, vrijwillige instemming en kan voor een van jullie helemaal niet passen.
Blijven jullie wensen botsen, dan kun je tijd nemen om na te denken over wat je in een relatie nodig hebt. Samen verdergaan en uit elkaar gaan zijn geen bewijzen voor of tegen iemands oriëntatie. Een eerlijk gesprek mag eindigen zonder onmiddellijke oplossing.