Anatomie van de borst: welke onderdelen zitten waar?
Een borst bestaat uit klierweefsel, vetweefsel en steunweefsel. Het klierweefsel kan melk produceren; melkgangen voeren melk naar de tepel. Achter de borst ligt de grote borstspier. Die spier en het borstweefsel zijn verschillende structuren.
De onderdelen in één overzicht
| Onderdeel | Betekenis |
|---|---|
| Klierweefsel | Bestaat uit lobben en kleinere lobuli met melkproducerende structuren. |
| Melkgangen | Kanaaltjes die het klierweefsel verbinden met de tepel. |
| Vetweefsel | Ligt rond het klierweefsel en draagt bij aan vorm en omvang. |
| Steunweefsel | Ondersteunt de borst en verbindt haar met de borstwand. |
| Tepel en tepelhof | De tepel is de uitmonding van melkgangen; de tepelhof is de huidkring eromheen. |
| Borstspier | Ligt achter de borst, tegen de borstkas. |
De anatomische uitleg van het National Cancer Institute beschrijft hoe deze delen samenhangen.
Hoe loopt de route van melk?
In het klierweefsel kunnen kleine structuren melk maken. Die melk komt via de melkgangen bij de tepel. Een melkklier is dus iets anders dan een melkgang: de ene produceert, de andere vervoert.
Klieren van Montgomery zijn weer andere kliertjes. Ze zitten in de tepelhof en scheiden vooral een vettige stof af die de huid beschermt. Je kunt ze soms zien als kleine puntjes. Cleveland Clinic onderscheidt deze kliertjes van de melkklieren in de borst.
Wat bedoelt iemand met borst of borstspier?
In gewone taal betekent ‘borst’ soms ook de hele voorkant van de borstkas. Bij anatomie helpt het om preciezer te zijn. Gaat een uitleg over het zachte borstweefsel, de tepel, de spier erachter of de ribben? Dat onderscheid maakt een verslag of een gesprek begrijpelijker.
Als je een onbekend woord hoort, kun je vragen: ‘Welk onderdeel bedoelt u precies?’ Of: ‘Kunt u aanwijzen waar dat zit?’ Je hoeft een anatomische tekening niet uit je hoofd te leren om een goede vraag te stellen.
Een nieuwe verandering laten beoordelen
Weten welke weefsels er zitten, betekent niet dat je een nieuw knobbeltje zelf kunt verklaren. Een nieuwe knobbel, tepelvocht, pijn of verandering van huid of tepel bespreek je met je huisarts. Bel direct bij een rode, warme en pijnlijke borst. De informatie van Thuisarts over borstveranderingen geeft de Nederlandse vervolgstappen.
Beschrijf waar je iets merkt: bijvoorbeeld dicht bij de tepel of meer aan de zijkant. Zeg ook of het nieuw is. De naam van een weefsel hoef je daarbij niet zelf in te vullen.