Inseminatie en IUI: wat gebeurt er bij de behandeling?
Bij inseminatie worden zaadcellen ingebracht om een zwangerschap mogelijk te maken. Een vorm die in een fertiliteitskliniek wordt gebruikt, is IUI: de zaadcellen gaan dan rechtstreeks de baarmoeder in. Een eventuele bevruchting gebeurt vervolgens in het lichaam. Er wordt dus geen embryo ingebracht.
Hoe verloopt IUI?
De kliniek plant de behandeling rond de eisprong. Dat kan in je natuurlijke cyclus of met medicijnen die de rijping van eiblaasjes stimuleren. Bij stimulatie controleert de kliniek met echo’s hoe de eierstokken reageren. Groeien er te veel eiblaasjes, dan kan de behandeling worden afgezegd. Volg in dat geval ook het advies over wel of niet proberen zwanger te worden in die cyclus.
Vooraf selecteert het laboratorium geschikte zaadcellen uit het sperma. Tijdens de inseminatie brengt de behandelaar een speculum in de vagina en daarna een dun slangetje via de baarmoederhals naar de baarmoeder. Via dat slangetje worden de zaadcellen ingebracht. De handeling duurt kort; je kunt daarbij wat gevoeligheid ervaren. UMC Utrecht beschrijft de voorbereiding en de inseminatie.
Wat is het verschil met IVF, ICSI en donorinseminatie?
| Behandeling | Wat gebeurt er? |
|---|---|
| IUI | Zaadcellen worden in de baarmoeder ingebracht; bevruchting moet daarna in het lichaam plaatsvinden. |
| IVF | Eicellen en zaadcellen worden in het laboratorium samengebracht. Een ontstaan embryo kan daarna worden teruggeplaatst. |
| ICSI | In het laboratorium wordt één zaadcel in een eicel gebracht. Ook hier volgt eventueel een terugplaatsing van een embryo. |
| Donorinseminatie | Er worden zaadcellen van een donor gebruikt. KID betekent kunstmatige inseminatie met donorzaad. |
Deze namen beschrijven verschillende onderdelen: hoe een behandeling verloopt en waar de zaadcellen vandaan komen. Donorinseminatie kan dus met IUI plaatsvinden. Zie ook het overzicht van vruchtbaarheidsbehandelingen.
Na de inseminatie
Je hoeft na IUI niet te blijven liggen om de kans op een zwangerschap te vergroten. Je kunt doorgaans weer naar huis. Spreek af wanneer je een zwangerschapstest doet en hoe je de uitslag doorgeeft. Gebruik daarvoor de testdatum van jouw kliniek.
De wachtperiode kan veel ruimte in je hoofd innemen. Bedenk vooraf aan wie je wilt vertellen dat je in behandeling bent. Een eenvoudige afspraak kan zijn: ‘We laten het zelf weten als er nieuws is. Vraag ons liever hoe het vandaag gaat.’ Zo bepaal je zelf hoeveel je tussendoor deelt.
Wat neem je mee naar het eerste gesprek?
Schrijf je belangrijkste vragen op. Bijvoorbeeld: waarom wordt IUI in mijn situatie voorgesteld? Gebeurt het in mijn eigen cyclus of met stimulatie? Welke controles zijn nodig, en wanneer bespreken we of doorgaan zinvol is?
Vraag ook wie je belt als je twijfelt over een afspraak of medicijn. Een duidelijk schema met contactgegevens is praktischer dan zelf proberen algemene informatie naar je behandeling te vertalen.