Niet gecategoriseerd

De minipil: soorten, bloedingen en dagelijks gebruik

De minipil is een anticonceptiepil zonder oestrogeen. Ze bevat één soort hormoon: een progestageen. Je neemt elke dag een tablet. Dat kan prettig zijn als je een pil wilt gebruiken maar geen oestrogeen kunt of wilt nemen. Wel kunnen je bloedingen veranderen, en dagelijks op tijd innemen blijft belangrijk.

Wat is het verschil met de gewone pil?

Een combinatiepil bevat zowel oestrogeen als progestageen. Een minipil bevat alleen progestageen. Bij desogestrel remt dat hormoon de eisprong en maakt het slijm in de baarmoederhals minder doorgankelijk voor zaadcellen. De pil voorkomt zwangerschap, maar beschermt niet tegen soa’s. Condooms kunnen daarvoor aanvullende bescherming bieden.

Een pil zonder oestrogeen is niet automatisch geschikt voor iedereen. Je gezondheid en andere medicijnen tellen mee. Bespreek bijvoorbeeld eerdere borstkanker en je medicijngebruik vóór je begint. De minipil kan ook tijdens borstvoeding een mogelijkheid zijn; stem het startmoment na de bevalling af met je voorschrijver.

Een minipil met desogestrel is niet geschikt als je een meningeoom hebt of hebt gehad. Dit is een tumor van de hersenvliezen, meestal goedaardig. Langdurig gebruik hangt samen met een kleine toename van dit zeldzame risico. Bespreek je voorgeschiedenis met je arts. Deze waarschuwing geldt specifiek voor desogestrel.

Niet iedere minipil heeft dezelfde strip

Soort Hoe ziet het schema eruit? Waar let je op?
Desogestrel Elke tablet bevat hormoon. Je gaat zonder pauze verder met de volgende strip. Je last geen stopweek in, ook niet als je bloed verliest.
Drospirenon, zoals Slinda De strip bevat 24 werkzame tabletten en daarna 4 placebotabletten zonder hormoon. Volg de volgorde op de strip. Na de laatste tablet begin je direct met de volgende strip.

Je neemt dus dagelijks een tablet, maar niet bij iedere minipil dagelijks een werkzame tablet. Ook de instructies bij vergeten pillen verschillen. De officiële bijsluiter van Slinda beschrijft bijvoorbeeld apart wat geldt voor werkzame tabletten en placebotabletten.

Wat kun je merken aan je bloedingen?

Je kunt onverwacht wat bloed verliezen, minder vaak bloeden of helemaal geen bloeding meer krijgen. Dat betekent op zichzelf niet dat de pil minder goed werkt. Maak bij bloedverlies niet zelf een pauze om je lichaam te laten ‘resetten’.

Het kan wel onpraktisch zijn als je nooit weet wanneer je bloed verliest. Schrijf bijvoorbeeld in je agenda alleen de dagen met bloedverlies op en hoeveel last je ervan had. Dat maakt bij een gesprek duidelijker of het om af en toe wat spotting gaat of om langdurige hinder. Laat veel of langdurig bloedverlies beoordelen.

Bijwerkingen en dagelijks gebruik

Bij desogestrel kunnen onder meer misselijkheid, hoofdpijn, gevoelige borsten, acne en stemmingsveranderingen voorkomen. Niet iedereen krijgt klachten. Als je er veel last van hebt of ze blijven bestaan, bespreek dan een andere mogelijkheid. Bij somberheid of duidelijke stemmingsveranderingen hoef je niet eerst maanden af te wachten. Apotheek.nl geeft informatie over deze bijwerkingen en mogelijke wisselwerkingen.

Kies een innamemoment dat ook in het weekend werkt. Een herinnering met de tekst ‘ingenomen?’ helpt je onderscheid maken tussen een melding wegdrukken en de tablet echt nemen. Vraag bij reizen door tijdzones vooraf hoe je het schema aanhoudt.

Pil vergeten of ziek geweest?

Pak je eigen verpakking erbij en controleer de instructies. Bij overgeven of ernstige diarree kan een werkzame tablet minder goed zijn opgenomen. Sommige medicijnen en kruidenmiddelen beïnvloeden bovendien de werking. Laat ook middelen zonder recept door je apotheker controleren.

Was je mogelijk onvoldoende beschermd en heb je seks gehad waarbij je zwanger kunt worden? Vraag dezelfde dag advies aan de apotheek of huisarts over eventuele noodanticonceptie. Vertel welke pil je gebruikt, welke tablet je miste en wanneer je seks had. Wacht niet op een bloeding om dit uit te zoeken.

Past dagelijks slikken bij jou?

Vind je een dagelijks schema lastig, dan kun je een methode bespreken waaraan je minder vaak hoeft te denken, zoals een staafje of spiraaltje. Wil je stoppen maar niet zwanger worden, regel dan eerst hoe je verder beschermd blijft. De uitleg over de minipil op Thuisarts kan helpen bij die keuze.