Bevruchting: van zaadcel en eicel naar innesteling
Bij bevruchting versmelt een zaadcel met een eicel. Dat gebeurt bij een natuurlijke bevruchting meestal in een eileider. De bevruchte eicel gaat zich daarna delen en beweegt richting de baarmoeder. Pas later volgt de innesteling in het baarmoederslijmvlies: dat is een andere stap.
Welke route legt een zaadcel af?
Na een zaadlozing in de vagina kunnen zaadcellen door de baarmoederhals naar de baarmoeder en vervolgens de eileiders bewegen. Niet elke zaadcel bereikt een eileider. Voor een bevruchting moet daar bovendien een eicel aanwezig zijn die nog bevrucht kan worden.
Sperma en zaadcellen betekenen niet precies hetzelfde. Sperma is de vloeistof; zaadcellen zijn de microscopisch kleine cellen die daarin zitten. De uitleg over zaadcellen beschrijft zowel die cellen als hun route.
Wat gebeurt er bij de eisprong?
Een eierstok geeft een eicel vrij. Dat heet ovulatie of eisprong. De eicel komt in een eileider terecht. Na de eisprong is zij ongeveer 12 tot 24 uur te bevruchten. Zaadcellen kunnen in de voortplantingsorganen langer overleven: enkele dagen.
Daarom hoeft seks niet op dezelfde dag als de bevruchting plaats te vinden. Stel dat er twee dagen voor een eisprong zaadcellen in de vagina terechtkomen. Dan kunnen er bij het vrijkomen van de eicel nog zaadcellen aanwezig zijn. Dat voorbeeld verklaart de timing; het voorspelt geen zwangerschap. De Office on Women’s Health legt het verschil in levensduur uit.
Van één cel naar innesteling
- Versmelting: het erfelijk materiaal van zaadcel en eicel wordt samengebracht. De nieuwe cel heet een zygote.
- Celdeling: die cel deelt zich in twee, vier en vervolgens meer cellen, terwijl de celgroep door de eileider reist.
- Innesteling: de verder ontwikkelde celgroep kan zich aan het slijmvlies in de baarmoeder hechten.
Deze opeenvolging wordt beschreven in de uitleg over bevruchting en vroege ontwikkeling. Bevruchting leidt niet vanzelf tot een doorgaande zwangerschap: innesteling en verdere ontwikkeling moeten ook plaatsvinden.
Waarom tel je zwangerschapsweken vanaf je menstruatie?
De telling begint gewoonlijk bij de eerste dag van de laatste menstruatie, niet op de dag dat zaadcel en eicel samensmelten. Daardoor kan iemand ‘vier weken zwanger’ zijn terwijl de bevruchting ongeveer twee weken geleden was. Dat is een telwijze; de precieze verhouding verschilt met de cyclus. NHS Wales legt deze vroege weken uit.
Kun je merken dat een bevruchting is gelukt?
Meestal voel je de bevruchting zelf niet. Een zwangerschapstest meet later het hormoon hCG, niet een zaadcel of bevruchte eicel. Direct na seks testen kan dus niet uitwijzen of die seks tot zwangerschap zal leiden.
De meeste testen kun je doen vanaf de eerste dag waarop je menstruatie uitblijft. Weet je niet wanneer dat is, test dan minstens 21 dagen na de laatste onbeschermde seks. Volg de gebruiksaanwijzing. De uitleg over zwangerschapstesten beschrijft ook wat je doet als je te vroeg negatief test.