Hoeveel sperma komt er vrij bij een zaadlozing?
Bij een zaadlozing komt meestal een kleine hoeveelheid sperma vrij: enkele milliliters. De internationale vereniging voor seksuele geneeskunde ISSM noemt ongeveer 1,5 tot 5 milliliter als gebruikelijke hoeveelheid. Dat is een oriëntatie, geen doel dat je moet halen. Aan het zichtbare volume kun je je vruchtbaarheid niet aflezen.
Waarom is het niet iedere keer evenveel?
De hoeveelheid verschilt tussen mensen en kan veranderen met leeftijd en de tijd sinds een vorige zaadlozing. Na enkele dagen zonder zaadlozing kan er bijvoorbeeld meer vocht vrijkomen. Dat maakt zo’n verschil nog geen bewijs dat je gezonder of vruchtbaarder bent geworden.
Ook het beeld waarmee je jezelf vergelijkt kan misleiden. Een vlek op beddengoed, vocht op de huid en een hoeveelheid in een opvangpotje zien er heel anders uit. Gebruik zo’n indruk niet als cijfer voor je seksuele prestaties. De ISSM uitleg over zaadvolume bespreekt waarom hoeveelheden uiteenlopen.
Volume is iets anders dan zaadcellen
Sperma bevat zaadcellen en zaadvocht. In weinig vocht kunnen relatief veel zaadcellen zitten, en in meer vocht juist minder. Voor vruchtbaarheid zijn ook de beweging en vorm van de zaadcellen belangrijk. Een grotere hoeveelheid is daarom niet automatisch beter.
Denk aan twee verschillende vragen: “Waarom zie ik minder vocht?” en “Kunnen wij zwanger worden?” Bij de tweede vraag geeft kijken naar het sperma geen antwoord. Een laboratorium kan kenmerken onderzoeken die je met het blote oog niet kunt beoordelen. Thuisarts legt zaadonderzoek uit.
Wat als de hoeveelheid duidelijk verandert?
Als een nieuwe verandering blijft terugkomen of je ongerust maakt, bespreek die dan met je huisarts. Vertel sinds wanneer je het merkt en of er ook pijn, veranderingen bij het plassen of andere klachten zijn. Noem recente ingrepen en je medicijngebruik. Je hoeft zelf nog geen verklaring te hebben.
Een handige openingszin is: “Ik zie sinds een paar weken duidelijk minder vocht dan voorheen. Dit gebeurt bijna elke keer. Is onderzoek zinvol?” Dat is concreter dan jezelf vergelijken met een gemiddelde op internet.
Bij een kinderwens
De huisarts kan met jullie bespreken of zaadonderzoek passend is. Volg bij een onderzoek de instructies van het eigen laboratorium voor opvangen en inleveren. Bespreek de uitslag als geheel: één getal of een thuisschatting van het volume is geen volledige beoordeling van vruchtbaarheid.