Je borsten controleren: wat valt je op?
Je borsten leren kennen helpt om een verandering op te merken. Je kunt naar de huid en tepels kijken en voelen hoe je borsten normaal aanvoelen. Daarmee kun je zelf niet bepalen of een verandering onschuldig is. Zie of voel je iets nieuws, bespreek dat met je huisarts.
Moet je iedere maand controleren?
Heb je geen borstkanker gehad, dan wordt een vast maandelijks zelfonderzoek niet standaard aangeraden. Vaak controleren kan juist ongerustheid en onnodig onderzoek geven. Het is wel goed om te weten wat voor jou gebruikelijk is. Heb je eerder borstkanker gehad, volg dan de afspraken met je behandelaar over het onderzoeken van je borsten en oksels.
Wil je zelf kijken en voelen? Ga in goed licht voor een spiegel staan, eerst met je armen ontspannen en daarna omhoog. Let op de vorm, huid en tepels. Voel met een vlakke hand rustig over de borst, richting de tepel, en neem de oksel mee. De uitleg over zelfonderzoek van Thuisarts beschrijft de stappen uitgebreider.
Welke veranderingen bespreek je?
- Een nieuw knobbeltje of een verdikking in de borst of oksel.
- Een nieuwe deuk, kuiltje, schilfering of wondje van de huid.
- Een tepel die verandert, bijvoorbeeld naar binnen gaat staan.
- Vocht of bloed uit een tepel.
- Pijn in één borst of beide borsten.
Maak hiervoor een afspraak bij je huisarts. De meeste veranderingen zijn geen borstkanker, maar aan het uiterlijk of gevoel alleen kun je de oorzaak niet vaststellen. Is je borst rood, warm én pijnlijk? Bel dan direct de huisarts of huisartsenpost. Dit onderscheid staat bij de contactadviezen voor borstveranderingen.
Wacht bij klachten niet op een borstfoto
Bij het bevolkingsonderzoek worden röntgenfoto’s van de borsten gemaakt: mammografieën. Voor een goede foto wordt de borst kort tussen platen samengedrukt. Radiologen beoordelen de beelden. Dat is een ander onderzoek dan thuis kijken en voelen. Meer over de werkwijze lees je bij Bevolkingsonderzoek Nederland.
Ook als eerdere borstfoto’s goed waren, laat je een nieuwe klacht beoordelen. Wacht daarmee niet op de volgende uitnodiging.
Zo vertel je wat je hebt gemerkt
Noteer waar de verandering zit, wanneer je die voor het eerst merkte en of er andere klachten zijn. Bijvoorbeeld: ‘Ik voel sinds vorige week rechts naast mijn tepel een harde plek die ik eerder niet voelde.’ Of: ‘De huid bij mijn tepel ziet er anders uit en ik wil die laten bekijken.’
Vraag aan het einde van de afspraak wat de volgende stap is en wanneer je opnieuw moet bellen. Je hoeft vooraf niet te weten hoe de verandering heet of welk onderzoek nodig is.