Klieren van Skene: waar liggen ze en wat doen ze?
De klieren van Skene zijn kleine klieren naast het onderste deel van de urinebuis. Ze maken vocht en liggen vlak bij de opening waar je urine naar buiten komt. Je kunt ook de naam paraurethrale klieren of “vrouwelijke prostaat” tegenkomen. Het gaat om dezelfde klieren, niet om een extra orgaan dat je zelf zou moeten kunnen aanwijzen.
Waar zitten ze precies?
De urinebuisopening en de vaginale opening zijn twee verschillende openingen in de vulva. De urinebuis komt vanuit de blaas; de vaginale opening ligt daaronder. De kleine afvoeropeningen van de klieren van Skene liggen bij de urinebuisopening. Ze zijn meestal niet met het blote oog herkenbaar.
De klieren van Bartholin zitten weer op een andere plek, aan weerszijden bij de vaginale ingang. Daarom zijn een “cyste bij de plasbuis” en een “cyste bij de vaginale ingang” niet zomaar dezelfde bevinding. De anatomische uitleg in de MSD Manual maakt dit onderscheid.
Waarom heten ze ook de vrouwelijke prostaat?
De vergelijking heeft te maken met hun ontwikkeling en overeenkomsten met prostaatweefsel. Dat heet anatomische verwantschap. Het betekent niet dat de klieren van Skene precies dezelfde vorm, grootte en functies hebben als de prostaat.
Als je deze term in een onderzoek of gesprek tegenkomt, kun je vragen: “Bedoelt u daarmee de klieren naast mijn urinebuis?” Zo blijft duidelijk over welke structuur het gaat. De kliernaam op zichzelf zegt niets over een aandoening.
Welke rol spelen ze bij opwinding?
Deze klieren geven vocht af dat bijdraagt aan bevochtiging rond de urinebuis en het omliggende gebied. Er kan ook vocht vrijkomen bij seksuele opwinding of een orgasme. De precieze bijdrage van deze klieren wordt nog onderzocht; Cleveland Clinic beschrijft deze functies.
Niet al het vocht in of rond de vagina komt uit de klieren van Skene. Ook de vaginawand en andere klieren leveren vocht. Je hoeft dus niet te herkennen uit welke klier een hoeveelheid vocht komt. De aanwezigheid of zichtbaarheid ervan is geen opdracht om een bepaalde reactie op te wekken.
Wat als er een cyste of zwelling ontstaat?
Bij een verstopte afvoer kan een cyste ontstaan: een holte met vocht. Kleine cysten geven soms geen klachten. Een grotere of ontstoken plek kan pijn, druk, pijn bij seks of klachten bij het plassen veroorzaken. Ook andere aandoeningen kunnen in dit gebied een zwelling of vergelijkbare klachten geven.
Laat een nieuwe zwelling of aanhoudende pijn door de huisarts beoordelen. Vertel waar je iets merkt en wanneer het hinder geeft. De arts kan het gebied onderzoeken en zo nodig aanvullend onderzoek regelen. Je hoeft vooraf niet te weten of het om Skene, Bartholin of iets anders gaat.
Een eenvoudige omschrijving is genoeg: “Ik voel naast de opening waar ik plas een pijnlijke plek.” Vraag tijdens het onderzoek gerust om uitleg voordat je wordt aangeraakt en geef aan als je een pauze wilt.