Mannelijke geslachtsorganen: namen van de onderdelen
De penis, balzak en zaadballen zijn verschillende onderdelen van de mannelijke geslachtsorganen. Bij de penis horen onder meer de schacht, eikel en voorhuid. Verder naar binnen liggen bijvoorbeeld de prostaat en zaadblaasjes. Hieronder vind je de gewone Nederlandse namen en de medische woorden die je soms tegenkomt.
Onderdelen van de penis
| Naam | Waar gaat het om? |
|---|---|
| Schacht | Het langwerpige deel tussen de basis en de eikel. |
| Eikel of glans | Het topje van de penis. |
| Voorhuid of preputium | De huidplooi die de eikel geheel of gedeeltelijk kan bedekken. |
| Toompje of frenulum | Het huidstrookje dat de voorhuid met de eikel verbindt. |
| Urinebuis of plasbuis | Het kanaal door de penis; de opening zit gewoonlijk op het topje van de eikel. |
| Zwellichamen | Het erectiele weefsel binnen in de penis. |
| Wortel | De basis waarmee de penis aan het bekken vastzit. |
De uitleg van Thuisarts beschrijft de zichtbare onderdelen. Het National Cancer Institute laat ook de wortel en zwellichamen zien.
Balzak, testikel en bijbal
Scrotum is een ander woord voor balzak. Daarmee bedoel je de zak van huid en onderliggend weefsel waarin de zaadballen liggen. Een testikel is een zaadbal. Balzak en zaadbal betekenen dus niet hetzelfde.
Bij elke zaadbal ligt een bijbal, ook epididymis genoemd. Dat is een sterk opgerold buisje waarin zaadcellen verder rijpen en worden bewaard. Een bijbal is geen derde zaadbal. De zaadleider sluit erop aan en voert zaadcellen verder naar binnen. De anatomische uitleg over deze afvoerwegen beschrijft die samenhang.
En welke delen liggen in het lichaam?
De prostaat en zaadblaasjes zijn klieren die vocht toevoegen aan sperma. Ze liggen in het bekken. De zaadcellen zelf komen uit de zaadballen. Urine en sperma verlaten het lichaam via de plasbuis, op verschillende momenten. De blaas hoort bij de urinewegen: die bewaart urine, geen zaadcellen.
Dat verklaart waarom één afbeelding vaak organen voor voortplanting én plassen toont. Ze liggen dicht bij elkaar en delen een deel van de afvoerroute, maar hebben verschillende taken.
Welke woorden kun je zelf gebruiken?
Je hoeft geen Latijn te kennen voor een gesprek over je lichaam. ‘De huid rond de eikel’ is duidelijk, net als ‘de buitenkant van de balzak’. Bij een klacht kun je erbij zeggen of je iets op de huid ziet of meer vanbinnen voelt.
Je kunt bijvoorbeeld vragen: ‘Bedoelt u de zaadbal zelf of de bijbal erachter?’ Als je niet weet welk deel je aanwijst, laat dat dan gerust uitleggen. De namen helpen om nauwkeuriger te praten; ze vertellen op zichzelf niet wat de oorzaak van een klacht is.